Onderwijzer Bertus Hofman met kleinzoon Mees.
Onderwijzer Bertus Hofman met kleinzoon Mees. Jenny ter Maat

Leerkracht Bertus Hofman gaat met pensioen: ‘Ik ga straks het hele Wereldtijdpad lopen’

Algemeen

RIJSSEN – Leerkracht Bertus Hofman gaat met pensioen. Bijna 44 jaar is hij in dienst bij dezelfde vereniging, het Protestants Christelijk Primair Onderwijs in Rijssen en daarvan geeft hij 38 jaar les op dezelfde school, Willem Alexander. Belangstellenden kunnen hem donderdag 20 juli de hand drukken, van 14.00 tot 15.30 uur, op het schoolplein van de Willem Alexanderschool, Koninginneweg 44a.

Door Jenny ter Maat

Bertus Hofman is geboren en getogen aan de Markeloseweg. Zelf ging hij naar de oude Oranjeschool. “Bij meester Eshuis.” Hij ziet nog het oude schoolplein voor zich. “Een plein met een grote bomen. Een schoolplein zoals een schoolplein moet zijn. Deels betegeld, grotendeels zand.” Met de schoenhak werden knikkerkuiltjes gemaakt. “En we speelden landjepik, met een mes. Iedereen had een zakmes, dat ging ook gewoon mee naar school.” Na schooltijd ging de overall aan en was Bertus buiten te vinden. Vliegeren, vissen, mee het land op.
In de zesde en toentertijd hoogste klas verhuisde de school naar de nieuwe Oranjeschool, bij de rotonde Enterstraat/Parkstraat.

Na het voortgezet onderwijs koos hij voor de Pedagogische Academie in Almelo. Het beroep van onderwijzer was niet zijn eerste keuze. “Ik had bij de douane gewild, maar dat kon niet vanwege oogproblemen.”
Bibliothecaris leek hem ook wel iets. “Ik ben gek op lezen. Maar toen was daarvoor alleen nog maar een avondopleiding; pas later kwam er een meerjarige opleiding voor.” Dan toch maar Pabo. “Ik wist helemaal niet of ik wel geschikt was voor leraar”, zegt hij. Hij herinnert zich nog zijn eerste les. “Een leesles; je geeft alleen maar de beurt aan een leerling en kijkt of er correct gelezen wordt. Ik zweette peentjes. Maar ik kwam die les door.” Het vak paste hem als een handschoen. “ Als ik terugkijk, zou ik dit werk zo weer doen.”

Na de Pabo riep het land hem op. In september 1978 ging hij in dienst en hij zwaaide af op 5 oktober 1979. De week daarop, 8 oktober, stond hij voor klas 4 (de huidige groep 6) op de Oranjeschool.
In 1985 verhuisde hij, vanwege een teruglopend leerlingenaantal bij de Oranjeschool, naar de Willem Alexanderschool. Dat jaar trouwde hij met Mariëette, en ging de nieuwe Wet op het Basisonderwijs in werking. Kleuter- en lager onderwijs vormden één school: er kwamen 8 groepen.
In het kader van de nieuwe wet werden Willem Alexanderschool en kleuterschool ook fysiek samengevoegd. Om de kleuterschool aan de overkant van de straat werd een nieuwe school gebouwd.

Geschiedenis
Hofman gaf alle jaren les in de hoogste groepen. Geschiedenis had zijn voorkeur. “Je hebt qua lesgeven veel meer mogelijkheden gekregen, door internet en social media. Maar het belangrijkste blijft het verhaal. Dat is het vervoermiddel voor de overdracht van kennis en wetenschap. Het gaat om het beeldend vertellen.” Honderden verhalen vertelde hij. “Dat moest toch elke keer anders gebracht worden.” Al fietsend naar school kwam de inspiratie.
Zijn eigen inspiratiebron was meester Klaas Visser uit Enter. “Ik liep stage bij hem. Hij was een geweldige verteller.”

In die 44 jaar veranderde er van alles op onderwijsgebied. Niet alleen kwam de nieuwe Wet op het Basisonderwijs, ook de computer deed zijn intrede. “Hier op school kregen we de eerste computer van de Rabobank. Een groot televisietoestel, ingebouwd in een kast, met een groot apparaat. Je kon er een programma voor het aanleren van de tafels opzetten. Die computer werkte nog met een soort van cassettebandje, dat elke keer een piepend geluid gaf als je het terugdraaide.”
“Ieder kind heeft nu een chromebook. En schriften: heel belangrijk. We geven schrijfles tot en met groep 5. Dat is een bewuste keuze.”

Wat ook veranderde was het houden van vergaderingen. “Toen ik begon als leerkracht op de Oranjeschool liepen we met alle collega’s naast elkaar op het schoolplein in de pauze. Je hield oog op de kinderen en tegelijkertijd besprak je wat er gebeuren moest. Echte vergaderingen waren zeer zeldzaam. Nu heb je vergaderingen om de twee, drie weken. Dat moet ook wel, met alles wat er op een school af komt.”

Schoolkamp en voetbaltoernooi
Veel plezier beleefde hij aan het op kamp gaan met de leerlingen van groep 8. “Zo’n schoolkamp moet je ondergaan vanaf de voorbereiding. Dan zie hoe kinderen op een kamp soms heel anders zijn dan op school. Ze zijn op zichzelf teruggeworpen en dat doet hen goed.” Hij was er altijd bij, ruilde desnoods, om mee te kunnen, met collega’s voor een week van groep. “Ik ben hen daar eeuwig dankbaar voor.”
Ook het schoolvoetbaltoernooi vond hij mooi om te doen. Bedrijfshulpverlening doet hij nog steeds. Dat komt ook goed van pas bij zijn vrijwillige inzet als hoofdleider van JO17 van voetbalvereniging Excelsior’31. “Ik ben nog nooit een dag met tegenzit naar school gegaan. Ik heb met heel veel plezier gewerkt”, zegt hij.

“Wat ik ga missen? Dat is vooral de saamhorigheid met elkaar, de klik die je met elkaar hebt, in de mooie dingen, maar ook verdrietige dingen. Kinderen die overlijden. Dat je dat verdriet met elkaar kunt delen is heel belangrijk.”

Donderdag afscheid
Donderdag trekt hij de schooldeur achter zich dicht. Voor hem begint dan een hele grote vakantie. Hij krijgt meer tijd voor zijn familie: de vier kinderen van Mariëette en hem die inmiddels het huis uit zijn, hun pleegzorgkinderen waarvan er nog twee thuis zijn, en hun drie kleinkinderen waarvan Mees bij zijn opa op school zit, in groep 2.
“Wat ik ga doen? Ik blijf betrokken bij Excelsior’31. Ik ga wandelen met de hond. Mariëette en ik houden beiden van reizen: met de caravan naar de Ardèche. Wat ik ook nog wil gaan doen is het hele Wereldtijdpad lopen en alle blokjes lezen. Te beginnen bij het jaar 1”, Lachend: “Eigenlijk had ik dat, als geschiedenismens, eerder moeten doen.”