
Gebroeders Ter Horst schenken antiek theeservies aan Rijssens Museum
AlgemeenRIJSSEN – De gebroeders Jan Jacob en Auke ter Horst hebben een antiek Engels theeservies geschonken aan het Rijssens Museum. Het gaat om een compleet 17-delig servies van eierschaalporselein Het servies is rond 1912 gemaakt in Engeland bij de Royal Worcester en het is een cadeau van de arbeiders van Ter Horst en Co ter gelegenheid van het 12,5-jarig huwelijksjubileum van Jan Jacob ter Horst (1882) en Grete ter Horst-Künsemuller (1892) op 20 februari 1925.
Het servies is nooit gebruikt vanwege de kwetsbaarheid van het uiterst dunne eierschaalporselein. Op het servies staan de familiewapens en fijnzinnig uitgevoerde afbeeldingen. Het zijn gebouwen en taferelen uit Rijssen én uit het Duitse Bramsche, waar Antonie Bernardine Margarete (Grete) Künsemüller werd geboren. Bramsche is een middelgrote stad iets ten noorden van Osnabrück. Het gaat om een huwelijksgeschenk van de grootouders van de gebroeders Jan Jacob en Auke ter Horst. De gebroeders Ter Horst besloten het nooit gebruikte servies te schenken aan het Rijssens Museum. “Er staan afbeeldingen op van bekende Rijssense gebouwen en stadsdelen en daarom hoort het volgens ons bij het verhaal van de stad Rijssen in het Rijssens Museum.”
Bokhorst
Het servies is beschilderd door E. Bokhorst uit Deventer, wiens handtekening ook op het servies staat. Deze Engelbartus Bokhorst (1871-1939) was niet de eerste de beste. Hij volgde de Deventer-Teeken-Academie. Net als zijn vader en broer verwierf hij daar de zilveren penning van deze opleiding. Voor het toelatingsexamen van de Hogere Burgerschool slaagde hij in 1886. In 1887 nam hij het diploma van de Burgeravondschool in ontvangst. Intussen werkte hij volop mee in het schildersbedrijf van zijn vader Hendrik Gerrit. Om zich verder in de technieken van de plateelkunst te bekwamen, vertrok hij in 1889 naar België, waar hij bij diverse ateliers ervaring opdeed. In Den Haag volgt hij dan een opleiding aan de Plateelbakkerij Rozenburg. Onder leiding van Th. A. C. Colenbrander bekwaamde hij zich verder in jugendstil- en art-deco-plateelproducten. De versieringen van het geschonken servies dragen daar ook duidelijk de kenmerken van.
Genieten
Conservator Jan van de Maat is bijzonder ingenomen met de schenking door de gebroeders Ter Horst. “Het is een cadeau van de arbeiders van toen aan het echtpaar Ter Horst. De kans is groot dat mijn grootvader, die bij Ter Horst werkte, daar indertijd nog aan bijgedragen heeft. Dat geeft het servies een extra dimensie, net als de Rijssense en Duitse taferelen. Het vertelt een verhaal en dat verhaal past uitstekend in het verhaal dat we als museum vertellen over de stad Rijssen.” Van de Maat is van plan een mooie plek voor het servies te zoeken. “Op dit moment zit ik te denken aan de industriekelder in het Bouwhuis, waar we het verhaal van Rijssen en de jute-industrie laten beginnen. Daar staan meer opmerkelijke voorwerpen die rechtstreeks met het jute-imperium van Ter Horst te maken hebben en daar past dit servies ook heel goed bij. Mooi dat iedereen er nu van kan genieten,” aldus Van de Maat.











