Beiaardier Jan-Geert Heuvelman demonstreert het carillon in de Schildkerktoren. Het publiek mocht het zelf ook proberen.
Beiaardier Jan-Geert Heuvelman demonstreert het carillon in de Schildkerktoren. Het publiek mocht het zelf ook proberen. Fotograaf: Jan Joost

De scheiding van kerk en staat in Rijssen

Columns

Boze tongen willen nog wel eens beweren dat het in Rijssen vaak niet goed zit met de scheiding van kerk en staat. Maar de afgelopen tijd werd maar weer eens het keiharde bewijs geleverd dat dit echt helemaal waterdicht geregeld is. Dat kwam zo.

Na die geweldige orgelwandeling onlangs, vanaf de Brusselzaal naar de Dionysiuskerk en de Schildkerk, mochten de mensen mee de Schildkerktoren in. Dat blijft een avontuur. Het begint met een gewone trap achter het orgel, maar bovenaan wordt het spannend omdat je pas via een nauw trapgat bij de speeltafel komt. Daar vertelde beiaardier Jan-Geert Heuvelman met gevoel voor mooie details over het carillon. Hoe dat daar gekomen is en de stuwende rol van de muziekminnende oud-burgemeester G. J. Smit.

Napoleon
De toren van de Schildkerk is eigendom van de gemeente. Dat heeft een lange traditie, zo vertelde Heuvelman. Napoleon begon er indertijd mee om de kerktorens in alle plaatsen in eigendom te nemen. Hij had ze nodig als uitkijkpost om de vijand tijdig te zien aankomen. Dat is sindsdien zo gebleven. De oude romaanse toren van de Schildkerk stortte in de nacht van 4 op 5 juli 1826 in. In het straatpatroon is de omvang van die toren nog altijd te zien. Zuinig als we zijn, werden de stenen gebruikt voor de muur rond de Oude Begraafplaats aan de Lentfersweg.

Noodtoren
Tussen 1828 en 1830 werd een houten toren - voor nood - op de Schildkerk gezet, zodat de Rijssenaren toch weer een torenklok hadden om bij de tijd te blijven. De afspraak was dat deze houten noodtoren zou worden vervangen door een stenen toren zodra de gemeente er geld voor zou hebben. In de jaren zeventig van de vorige eeuw is inderdaad een mooi ontwerp gemaakt, maar wegens te hoge kosten ging het feest niet door. En intussen zijn we zo gewend aan deze houten noodtoren, dat we hem nu niet meer kwijt willen.

Stroomuitval
Nog steeds is de toren eigendom van de gemeente en het onderhoud wordt ook betaald door de gemeente. Dat gaat heel ver, vertelde Heuvelman met een zekere ironie: “Als ik hier zit te spelen en de stroom valt uit, dan is het in de kerk donker, maar kan ik doorspelen, want de toren is aangesloten op het noodaggregaat van de gemeente. Over de scheiding van kerk en staat gesproken…”

oneens of onjuist: dannenberg@twenthetekst.nl