Algemeen

Boswachter Ine Nijveld: 'Plas-dras gebied bij Zuna is hartstikke gaaf!'

NIJVERDAL – Op de vraag aan publieksboswachter Ine Nijveld van Staatsbosbeheer wat haar favoriete gebied is, aarzelt ze even. En dan lachend: “Alles is hier in het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug even mooi!” Maar het onlangs ingerichte natte gebied bij Zuna vindt ze wel héél gaaf.

“We zijn daar vroeg in het voorjaar van 2020 begonnen met vernatten. Daarvoor zijn houtsingels weggehaald en zijn slootjes die het water afoerden gedempt. Het is een open landschap. We zijn twee jaar verder en er groeien weer orchideeën. Ik sta er ook versteld van hoe snel de vogels dat gebied ontdekt hebben. Je ziet er nu veel kieviten, tureluurs en grutto's. Maar ook andere weidevogels en tijdelijke gasten als lepelaars. Echt bijzonder! Ja, ook veel vogelaars met grote kijkers en camera's met telelenzen kom je tegen op de Ligtenbergerweg.”

Het gebied is de natuurlijke overgang van de hoge zandgronden naar het Reggedal. De berg met struikheide en jeneverbes gaat over in akkers met granen en kruiden– en bloemenrijke randen. Dit strookt aan het natte plas-dras gebied Zuna met het stroomgebied van de Regge. Hier is de ecologische samenhang weer terug. “Ik vergelijk het wel eens met het Alpenlandschap van hoog naar laag, maar dan op bescheidener schaal.”

Het gebied is niet openbaar toegankelijk; alleen vanaf de wegen kunnen bezoekers het landschap en de vogels bewonderen.

Regelmatig wordt de boswachter aangesproken door mensen die boos zijn over het kappen van bomen in het bos. “Het geeft in elk geval aan dat mensen begaan zijn met de natuur”, zegt ze nadenkend. “En ze mogen best kritisch zijn. Dat ze boos zijn, vind ik jammer. En ik hoop dat iedereen die er moeite mee heeft, zich bij ons meldt. Ik wil graag in gesprek en proberen het beleid uit te leggen.”

Het hout dat door Staatsbosbeheer gekapt wordt, heeft allemaal het internationaal erkende FSC keurmerk (duurzaam geproduceerd). Op de stapels stammen in het bos is via het scannen van de QR-code te zien waar het voor gebruikt wordt. “Want, mensen kopen in de bouwmarkt wel houten schuttingen of tuinhuisjes zonder problemen en zonder zich af te vragen waar dat hout vandaan komt”, vervolgt ze. “En echt, er wordt nooit meer gekapt dan er aangeplant wordt. We herplanten inheemse bomen in verschillende soorten en leeftijden, als lindes en zoete kers. Bomen die goed tegen de klimaatsverandering kunnen en minder gevoelig zijn voor ziektes.”

In dit verband komt 'het bos dat van zichzelf is' ter sprake. Nijveld: “Twee Holtenaren hebben Staatsbosbeheer een paar jaar terug benaderd met het verzoek een bosperceel aan te wijzen waar niets aan gedaan wordt. Er wordt niet gekapt of aangeplant. Het is heel interessant om te volgen hoe het bos zich ontwikkelt. Alleen dode takken aan bomenlangs de paden moeten vanwege de zorgplicht verwijderd worden.”

Een ander moeilijk onderwerp is het korhoen, waarvan er pas weer veertig zijn bijgeplaatst. “Ze worden door de aanwezige vogels 'ontvangen'. Zouden er geen korhoenders meer hier zijn, dan blijven ze niet. Maar dan gaan ze alle kanten op.” Ze komen uit Zweden. Nijveld: “Ik hoop van harte dat we over vijf jaar een levensvatbare populatie hebben. We doen wat we kunnen; maken de voorwaarden zo geschikt mogelijk. Ook andere dieren als de zandhagedis en roodborsttapuit profiteren daarvan. Maar de stikstofuitstoot moet omlaag. Dat is het echte probleem en daar moet iedereen aan meewerken.”