Algemeen

Door Jenny ter Maat

Tien vragen aan Albert Bakker: Hervonden verleden

RIJSSEN – Albert Bakker (79) heeft zijn vader nooit gekend. Bakker werd op 10 mei 1941 geboren in Den Haag. Hij was dertien maanden jong toen zijn vader, verzetsman Gerrit Jan Bakker, werd opgepakt.
Albert Bakker verhuisde, vanwege zijn werk bij IBM, in 1977 met zijn gezin naar Rijssen. Hier zette hij zich in op vele fronten. Hij was bestuurslid van het CDA, jarenlang raadslid voor het CDA, en bestuurslid van de Stichting Ontwikkelingssamenwerking Rijssen en van het Rijssens Museum.

Wat wist je als kind over je vader?
“Mijn vader was 38 jaar toen hij opgepakt werd. Mijn vader zat bij de verzetsgroep ‘Nederland voor Oranje’, die groep werd verraden door de beruchte Antonius van der Waals.”
“Mijn moeder bleef met drie kleine kinderen achter, ik was de jongste. Zij is na de oorlog hertrouwd met een bekende van mijn vader. Alles wat aan mijn vader herinnerde, moest mijn moeder van hem de deur uitdoen. De hiërarchie was toen anders dan nu.”
“Mijn moeder heeft altijd positief gesproken over mijn vader. Hij hield van zingen, zat op het kerkkoor. Hij speelde ook piano. Mijn moeder heeft die piano in de oorlogsjaren verkocht, ze had het geld nodig voor eten voor ons. De kandelaars aan weerszijden van die piano hangen nu bij ons aan de muur. Mijn vader was een sociaal en aimabele man, een zachtaardige man die niet tegen onrecht kon. Ik hoop dat ik wat eigenschappen van hem geërfd heb.”

Hoe was jouw reactie op dat wat jouw vader overkwam?
“Ik heb zijn verhaal jarenlang van mij afgehouden. Het was geen ongeïnteresseerdheid. Ik wist wel dat mijn vader in Mauthausen was omgekomen, maar ik wilde niet weten hoe hij aan zijn einde gekomen is. Ik had verschrikkelijke verhalen gehoord over die kampen. Het kwam voor mij te dichtbij.”

Mauthausen had je al eens bezocht?
“We hebben Mauthausen bezocht al eens bezocht, toen onze kinderen tieners waren. We zagen daar een A4’tje hangen en daar stond zowaar de naam en geboortedatum van mijn vader op. Met de datum van de aankomst in Mauthausen: 16 september 1944, gevangene nummer 97580 en daarachter, met potlood, dat hij naar Gusen II was getransporteerd. Gusen II was een nebenlager van Mauthausen.”  

Er kwam een lezing over Gusen II?
“We zouden in 2004 naar een bijeenkomst van de Vrienden van Mauthausen gaan, maar waren in Spanje. Tijdens die bijeenkomst zou iemand over Nebenlager Gusen II spreken. Onze dochter Christel ging in onze plaats naar deze lezing.”

Toen kwam ook een ander kamp in beeld?
Zij hoorde daar dat mijn vader, voordat hij naar Mauthausen en Gusen II was, in concentratiekamp Natzweiler, het enige concentratiekamp in Frankrijk, had gezeten. Ze besloot toen tot op de bodem uit te zoeken wat er met mijn vader gebeurd was, om recht te doen aan het leven van haar grootvader. Vanaf dat moment wilde ik ook alles weten.”

Je kreeg zicht op het traject van je vader?
“Hij werd op 3 juni 1942 opgepakt en naar het Oranjehotel in Scheveningen gebracht. Op 1 september 1942 werd hij overgebracht naar de KriegsWehrmachtsgefängnis in Utrecht. Dat wisten we. We weten nu dat hij op 7 juli 1943op transport ging naar Natzweiler in de Elzas. Hij was een Nacht und Nebel gevangene, de politieke gevangenen. Een NN-gevangene moest spoorloos verdwijnen, oplossen in de mist.”
“Toen de geallieerden najaar 1944 de Elzas naderden, werd het kamp ontruimd en de gevangenen op transport gesteld. Mijn vader kwam op 5 september 1944 aan in Dachau en werd 14 september op transport gesteld richting Mauthausen. Op 29 september werd hij overgebracht naar Gusen. Daar is hij in de vroege morgen van 22 december 1944 overleden.”

Wat greep jou het meest aan?
“Dat is de kennismaking, nu zo’n vijftien jaar geleden, met de oud-Natzweilers, die mij een heleboel over mijn vader konden vertellen. Ik heb heel veel aan hen gevraagd. En heb de vreselijkste verhalen gehoord. Mijn vader werd te werk gesteld in de weverij en in de steengroeve, daar gebeurden verschrikkelijke dingen.”

Je dochter Christel heeft over die zoektocht een boek geschreven?
“Ik ben heel blij dat dit boek er is. Het doet recht aan hem. We hebben het boek op persoonlijke titel uitgegeven in 2018. In 2020 kwam een tweede druk. Het boek kan geleend worden bij de bibliotheek en is te koop bij de Read Shop en het Rijssens Boekenhuis.”

Wat betekende deze zoektocht voor jou?
“Ik ben emotioneler geworden. Ik bewaar het verzetskruis, dat mijn vader postuum gekregen heeft. We worden elk jaar uitgenodigd voor de Dodenherdenking op de Dam. Dat koester ik. Zijn leven maakt nu veel meer deel uit van ons leven, van dat van onze hele familie. Het laat mij niet los; er zijn tig momenten van de dag dat ik er aan denk.”