Columns

Column Spoor & Hoekman: Geintje moet kunnen, of toch niet?

Er is de afgelopen jaren een maatschappelijke discussie bezig over hoever grappen mogen gaan. Deze discussie heeft de werkvloer ook al geruime tijd geleden bereikt. Een goed voorbeeld van hoe een wellicht grappig bedoelde actie verstrekkende gevolgen kan hebben voor een werknemer, blijkt uit een recente uitspraak van een Gerechtshof.

In die zaak bestond er een privé appgroep tussen (ex)collega’s, waarin de nodige grappig bedoelde berichten rondgingen. Hierbij werden ook grote hoeveelheden wellicht grappig bedoelde racistische en seksistische plaatsje gedeeld. De berichten gaan steeds verder en nadat de betreffende werknemer als grap een afbeelding met een hakenkruis deelt, wordt de werknemer door de beheerder uit de groep verwijderd. De man moet zich vervolgens melden bij zijn leidinggevende. Tijdens dat gesprek wordt door de werknemer aangegeven dat zijn uitingen in de app-groep alleen maar grappig bedoeld waren. Helaas voor de werknemer vat zijn werkgever de zaak serieus op en wordt de werknemer op staande voet ontslagen. De werknemer is het hier niet mee eens en vecht het ontslag aan. In eerste instantie geeft de kantonrechter de man gelijk en wordt een streep gezet door het ontslag op staande voet en wordt geoordeeld dat de werknemer weer aan het werk moet bij werkgever. Met name dat laatste gaat er niet in bij de werkgever die in hoger beroep gaat.

Het Gerechtshof oordeelt vervolgens dat het ontslag op staande voet geen stand kan houden. Hierbij overweegt het Gerechtshof dat de uitingen van de werknemer zijn geuit in een niet-zakelijke appgroep en in die zin de deelnemers recht hebben op een zekere mate van privacy. Verder achtte het Gerechtshof het van belang dat de werknemer al twintig jaar in dienst was en altijd goed had gefunctioneerd en nooit was aangesproken op zijn gedrag. 

Wel was het Gerechtshof van mening dat werknemer inmiddels niet kon terugkeren op de werkvloer en de arbeidsovereenkomst ontbonden moest worden, wegens een ernstig verstoorde arbeidsrelatie. Hierbij werd aan de werknemer een transitievergoeding toegekend van ruim € 42.000,--. Dit terwijl de werknemer een aanvullende vergoeding van € 470.000,-- had gevorderd. Het gerechtshof vond echter een aanvullende vergoeding naast de transitievergoeding niet gepast, nu de werknemer ook zeker een eigen (negatief) aandeel in het geheel heeft gehad en hij gezien de huidige arbeidsmarkt weinig inkomensverlies zou hebben. Ook de omstandigheid dat de werknemer al de nodige dwangsommen (€ 50.000,--) had ontvangen van de werkgever, omdat de werkgever, in strijd met de uitspraak van de kantonrechter, de werknemer niet meer had toegelaten tot zijn werk, speelde een rol bij deze afweging. 

Bovenstaande casus laat zien dat sommige grappig bedoelde opmerkingen verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Ook laat deze casus zien dat een te snel genomen beslissing van een werkgever om een werknemer op staande voet te ontslaan een dure grap kan worden voor een werkgever. Gedurende de procedure (juni 2020 tot oktober 2021) moest de werkgever het loon doorbetalen, zonder dat de werknemer hier een dag voor had hoeven te werken. Dit naast een bedrag van € 42.000,-- aan transitievergoeding en € 50.000,-- aan dwangsommen.

Spoor & Hoekman Advocaten
Mr. G.J.Ligtenberg
Huttenwal 46 Rijssen
0548-782444
www.spoorhoekman.nl

Uw reactie