Columns

Column Spoor & Hoekman: Het afwegen van bewijs

De zin “wie eist die bewijst” zal elke jurist kunnen dromen en is ook het belangrijkste aspect dat moet worden bekeken wanneer je een procedure begint. In een civiele procedure geldt dat degene die wat wil vorderen zijn standpunten zal moeten bewijzen als deze worden betwist door de wederpartij. Bij de beoordeling van een zaak gaat het dan ook niet alleen om welke afspraken er zijn gemaakt, maar ook welk bewijs er is voor de gemaakte afspraken. Het liefst zien wij dan ook dat gemaakte afspraken schriftelijk zijn vastgelegd in een overeenkomst, maar helaas laat de praktijk nog zien dat partijen, helemaal met afspraken tussen vrienden of familie, er voor kiezen om mondeling wat af te spreken. Je ziet dan ook regelmatig dat partijen voor een rechter staan met twee verschillende verhalen en dan is het aan de rechter om hier wat van te maken. Maar hoe gaat een rechter hier mee om?

Een goed voorbeeld hiervan speelde zich recent af bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In die zaak had een iemand een flink bedrag geleend aan een vriend. Volgens degene die het geld had geleend was net iets meer dan de helft van het geleende bedrag terugbetaald en eiste hij in deze zaak terugbetaling van het resterende bedrag. De gedaagde partij stelde echter dat hij alles al contant had terugbetaald. Twee verklaringen die lijnrecht tegenover elkaar staan en een moeilijke zaak voor de gedaagde partij, want hoe bewijs je dat je contant hebt afbetaald?  

Cruciaal in deze zaak was dat tijdens een getuigenverhoor de eisende partij ineens stelde dat hij in het geheel niets terugbetaald had gekregen, terwijl uit WhatsAppgesprekken kon worden afgeleid dat hij in ieder geval wat terugbetaald had gekregen. Op basis van deze tegenstrijdigheid oordeelt het Hof dat dit de betrouwbaarheid van de verklaring van eiser aantastte. Verder was van belang dat de gedaagde partij en zijn ex-vriendin in de procedure een aannemelijke verklaring hadden gegeven voor het voorhanden hebben van het contante geld waarmee was afbetaald en ook de manier waarop het laatste deel zou zijn betaald. Dit alles maakte dat de rechters in Hoger Beroep het verhaal van de gedaagde partij aannemelijk achten en de vordering van eiser werd afgewezen. Ondanks dat er weinig bewijs in deze zaak aanwezig was die het verhaal van de gedaagde partij ondersteunde werd deze zaak door de gedaagde gewonnen doordat zijn verhaal, met behulp van een ondersteunende verklaring van een getuige en de tegenstrijdigheid in de verklaring van de eisende partij, meer aannemelijk werd geacht dan het verhaal van de eisende partij.

Postbus 837
7600 AV Almelo
Telefoon: 0546-543520 (Almelo)
Telefoon: 0548-782444 (Rijssen)
E-mail algemeen: info@spoorhoekman.nl
Website: www.spoorhoekman.nl