Columns

Column Spoor en Hoekman

In mijn vorige column heb ik het gehad over ongewenst gedrag op de werkvloer en hoe je hier als werkgever mee om moet gaan. Een vraag die ook veelvuldig voorkomt in het arbeidsrecht is hoe om te gaan met wangedrag van een werknemer in de privésfeer. In de praktijk wordt hier door werkgevers nogal eens mee geworsteld. Een goed voorbeeld van deze worsteling is de recente situatie rond Heracles voetballer Vloet, die onder invloed een dodelijk verkeersongeval zou hebben veroorzaakt. Daar waar de werkgever in eerste instantie geen maatregelen nam, werd later, onder grote publieke druk, alsnog een op non-actiefstelling doorgevoerd.

 

Belangrijk om te weten is dat bij de beoordeling van dergelijke vraagstukken het uitgangspunt is dat een werkgever simpelweg geen zeggenschap heeft over wat een werknemer in zijn privésfeer doet. Het verbinden van consequenties aan gedrag in de privésfeer is dan ook moeilijk, maar zeker niet onmogelijk. Wanneer er een duidelijke relatie bestaat tussen het (wan)gedrag en het werk en het gedrag niet verenigbaar is met de uitvoering van het werk, kan het zo zijn dat dit gedrag leidt tot ontslag. Een enigszins duidelijk voorbeeld is een beroepschauffeur die privé met een slok op wordt betrapt en hierdoor zijn rijbewijs voor langere tijd kwijtraakt. Dat dergelijk gedrag tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst kan leiden, is goed voorstelbaar omdat de werknemer door het verlies van zijn rijbewijs zijn werk niet meer kan uitvoeren. 

 

Minder zwart wit wordt het in situaties waarbij  gedrag een rol speelt wat niet strafbaar is, maar waar moreel de nodige vraagtekens bij kunnen worden gezet. Zo zijn er verschillende zaken geweest waarbij een werkgever er achter kwam dat een werknemer in zijn privétijd in een pornofilm had gespeeld. In een zaak waarbij een kokkin in een dergelijke film had gespeeld, oordeelde de rechter dat er geen enkele relatie bestond tussen het werk en het spelen in de film en er dan ook geen reden was voor ontslag. In een soortgelijke zaak waarbij de werknemer een leraar was, werd enigszins begrijpelijk anders geoordeeld en volgde ontslag. Ook al omdat de ontdekking van de rol in de film onder de leerlingen van de school voor de nodige onrust had gezorgd.

 

De vraag of wangedrag in de privétijd arbeidsrechtelijke gevolgen kan hebben, is dan ook duidelijk afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij zeker ook de publieke opinie en de eventuele negatieve gevolgen voor de goede naam van de betreffende werkgever een rol kunnen spelen.