Columns

Column Spoor en Hoekman

Ieder mens sluit bijna dagelijks wel een overeenkomst. Je koopt immers bijna elke dag wel wat en gelukkig gaat het sluiten van een overeenkomst in verreweg de meeste gevallen goed. Maar wat nu als er iets mis gaat bij de uitvoering van een overeenkomst? Hoe moet je dan handelen? 

 

Eén van de meest belangrijke juridische aspecten waarnaar moet worden gekeken wanneer er iets mis gaat, is of er sprake is van verzuim. Dit omdat er pas sprake kan zijn van schadevergoeding vanwege een wanprestatie als er sprake is van verzuim. Een goed voorbeeld waarbij er wel aandacht was besteed aan dit aspect, maar uiteindelijk niet genoeg, speelde zich recent af bij de Rechtbank Overijssel. 

 

In deze kwestie was er een vloer gelegd door een aannemer, welke vloer mankementen vertoonde. Meteen toen de mankementen naar voren kwamen, heeft de consument geklaagd bij de aannemer en zijn zij in gesprek gegaan over een oplossing. De aannemer heeft een voorstel gedaan om de mankementen op een bepaalde manier te herstellen, maar hier ging de consument niet mee akkoord. Omdat ze er samen niet uit kwamen, schakelde de consument een deskundige in die een paar dagen later ook in aanwezigheid van de aannemer de vloer kwam inspecteren. Drie dagen later was het rapport klaar, waarin stond beschreven hoe de vloer moest worden hersteld. Vervolgens stuurde de consument de aannemer een bericht waarin werd geëist de vloer uiterlijk twee dagen later te verwijderen en vervolgens binnen vijf werkdagen weer opnieuw te leggen. De aannemer reageerde hierop dat de tijd voor herstel te kort was en zijn verzekeraar de vloer ook nog wilde bekijken. Eerder had de aannemer ook al voorgesteld om de werkzaamheden ongeveer anderhalve week later dan de door de consument gestelde termijn uit te voeren. De consument ging hier niet mee akkoord en stelde dat de aannemer in verzuim was, omdat hij niet binnen de gestelde termijn was overgegaan tot herstel. 

 

Uiteindelijk bleek dat de consument met deze starre houding zichzelf lelijk in de vingers sneed. Dit omdat, voordat er sprake kan zijn van verzuim, een wederpartij een redelijke termijn moet krijgen om gemaakte fouten te herstellen. Juist hier ging het mis voor de consument omdat de rechter vond dat er geen sprake was van een redelijke termijn voor herstel. Hiermee strandde de hele vordering van de consument en moest hij zelf opdraaien voor de herstelkosten. Dit terwijl er een duidelijke fout was gemaakt door de aannemer. 

 

Deze zaak leert ons dan ook dat haastige spoed zelden goed is en deskundig advies in zaken over wanprestatie uitermate belangrijk is. Als de consument nog een ruime week geduld had gehad, had de aannemer immers de herstelwerkzaamheden uitgevoerd zonder dat dit de consument ook maar een cent had gekost. Nu draaide de consument zelf op voor de herstelkosten van bijna € 10.000,--.