Natuur & Milieu

Het uilenjaar 2019, de kerkuil

RIJSSEN – Voor de kerkuil, één van de uilensoorten die hier voorkomt, was 2019 een goed broedjaar. In deze aflevering over de uilensoorten in deze regio staat de kerkuil centraal.

“De droge en hete zomer in 2019 had natuurlijk ook invloed op de fauna. Voor de uilen had dit extreme weer zijn voor- en nadelen. Zo kon er bijvoorbeeld vrijwel elke nacht gejaagd worden, wat in regenrijke zomers lang niet altijd het geval is. Nadeel is dat de temperaturen in de nestkasten, zeker geplaatst in de nok van gebouwen, bedenkelijk hoog kunnen oplopen. Maar wat de uilen en torenvalken betreft, kunnen we toch wel spreken van een heel goed broedseizoen 2019. Zeker voor soorten als de steenuil en de kerkuil, die van oorsprong uit subtropische en tropische gebieden stammen”, vertelt Ben Nijeboer, lid van IVN- Rijssen- Enter. IVN heeft binding met stichting De Katoelenkiekers. Eén van de doelen van De Katoelenkiekers is het bevorderen van het onderzoek en de bescherming van alle inheemse uilen in de gemeente Rijssen-Holten, Wierden en de voormalige gemeente Vriezenveen.

De kerkuil
“Gezien het weer van dit jaar en het feit dat de kerkuil van oorsprong uit tropische gebieden stamt, moest het wel een goed broedseizoen worden. Daarbij kwam nog, dat zich in de veenweidegebieden een veldmuizenplaag ontwikkelde. Dat resulteerde weer in een vrij groot aantal tweede broedsels. Veldmuizen houden van grote open vlakten. In kleinschalige gebieden zoals in ons werkgebied, komen ook veldmuizen voor maar niet in die aantallen als in Friesland en Groningen. Daardoor hebben we hier minder kans op tweede broedsels. Daar staat tegenover dat het aanbod van de overige muizensoorten hier vrij constant is. Ook hier zijn wel schommelingen maar het aantal broedparen blijft toch vrij stabiel”, vertelt Nijenboer.

“Uitzonderlijke grote broedsels zoals die in de ‘veldmuisgebieden’ kunnen voorkomen, zijn hier vrij zeldzaam. We hadden een broedsel met 11 eieren, waarvan uiteindelijk 6 jongen uitvlogen. Maar hier was wel iets mee aan de hand. De 6 jongen kwamen na een uitzonderlijke broedtijd uit. Waarschijnlijk is een van de ouders in het begin van de legperiode verongelukt en is het broedsel verlaten. De overgebleven ouder heeft in korte tijd toch weer een partner gevonden en in de kast een vervolglegsel geproduceerd dat binnen de normale broedtijd uitgekomen is. We hadden in ons gebied dit jaar 24 broedparen en er vlogen 127 jongen uit”, aldus Nijeboer.