Natuur & Milieu

Door Jenny ter Maat

IVN-lid Ben Nijeboer ringde duizenden vogels en is nog steeds actief

RIJSSEN - Eén van de jubilarissen van IVN Rijssen-Enter is Ben Nijeboer (79) uit Rijssen. Veertig jaar is hij lid van het IVN, evenals de familie Van der Haar uit Rijssen, Eef Roelofs uit Enter en de familie Hasewinkel uit Holten.

Nijeboer is al die jaren actief als vrijwilliger voor het IVN. Ook nu nog zet hij zich in bij het ringen van vogels en het plaatsen van nestkastjes.

Altijd bezig met de natuur
De liefde voor de natuur zat er van jongs af aan in. Nijeboer was altijd met de natuur bezig, was lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudies en wilde later boer of boswachter worden. Het werd boswachter.  Via zijn studie aan de Landbouwschool en Bosbouwschool kwam hij bij Staatsbosbeheer terecht en kreeg Salland en Zuidwest Twente als werkgebied.

Duizenden vogels geringd
Inmiddels ringt hij al zestig jaar vogels. Duizenden vogels gingen door zijn handen. “Welke vogels? Van alles. Dat varieerde van spreeuwen tot uilen.” Als vogelringer was hij actief op tal van plaatsen, zowel rond n Apeldoorn, als op  Schiermonnikoog en op de Borkeld.

Jonge bosuiltjes
In april ringde hij de eerste jonge bosuiltjes. “Met de Katoelenkiekers zijn we net begonnen met het controleren van de nesten”, vertelt hij. De komende tijd krijgen de jonge steenuiltjes en kerkuiltjes een ring.
“Door het ringen krijg je inzicht in het bestand. De meeste jonge steenuilen blijven binnen een straal van vijf kilometer, een aantal gaat tot rond de dertig kilometer en eentje broedt er onder Amsterdam. Ik krijg al drie jaar bericht als de uil daar weer op eitjes zit.”
Driekwart van de jonge steenuilen sneuvelt het eerste jaar. “Degene die overleven kennen het klappen van de zweep. Gemiddeld leeft een steenuil 3,5 jaar. Maar we hebben ze ook ouder, zelfs een van twaalf jaar.”

Steenmarters
Nijeboer is ook betrokken bij het plaatsen en onderhouden van nestkasten voor mezen op de Borkeld. De jonge mezen worden de laatste jaren steeds meer bedreigd door de steenmarter. “De enige manier om te zorgen dat de steenmarter niet bij het nest kan komen, is de kast zo te maken dat er ook geen vogel meer in kan, en dat is niet te bedoeling. Het enige dat je kunt doen is het de steenmarters zo moeilijk mogelijk maken. Dat valt nog niet mee; marters zijn slimme, lenige dieren”, zegt hij. “Het is gewoon zo, jonge koolmezen zijn voedsel voor ander dieren. Zo gaat in de natuur en daar hoort de marter ook bij.”

Eén op de tien
Nijeboer vertelt dat een gemiddelde koolmees negen maand wordt. “Van een nestje van tien koolmezen blijft er gemiddeld één over die het volgend seizoen tot broeden komt. Maar ik zie nog mezen van drie en vier jaar; de koolmeesstand blijft nog redelijk gelijk.”

Drastisch achteruit gegaan
Wat hij wel ziet is dat in de loop van de jaren het vogelbestand op de Borkeld drastisch achteruit is gegaan. “Vroeger was het nog een echt veengebied, waar een meeuwenkolonie zat. Het water is er nu weg, opgedroogd.”

Twee keer stuiteren
Nijeboer vindt het ringen nog altijd interessant om te doen. “Ik doe het met veel plezier. Het is altijd weer interessant wat je in een nestkast aantreft. Dat kan een nest jonge eekhoorns zijn, of een zwerm bijen en niet te vergeten de processierups. Het hoort er allemaal bij.”
Hij klimt zelf ook nog in de boom. “Dat lukt nog wel. Meestal zijn we met zijn tweeën. Ik heb wel eens gezegd: als ik val moeten ze me niet vaker dan twee keer laten stuiteren!”