Zakelijk

Door Jenny ter Maat

Egbert op den Dries halve eeuw automonteur

RIJSSEN – Bij Pouw Rijssen was er maandag 18 januari iets te vieren. Exact op die datum was Egbert op den Dries uit Nijverdal vijftig jaar automonteur, eerst bij Roba, later bij Pouw. En het blijft feest voor Op den Dries, want diezelfde week, donderdag 21 januari, werd hij 65 jaar.

“Drie dagen voordat ik vijftien werd, kwam ik in dienst bij de Roba. Riecs Rozemuller nam me aan”, vertelt de jubilaris. “In die eerste week zei men ook tegen mij ‘nog vijftig jaar en dan ga je met pensioen’. Alleen, je gaat nu niet meer op je 65e met pensioen. Dat wordt iets later.”

Op den Dries kwam van de LTS. “Ik wilde iets in de metaal, maar dat werd iets met auto’s. Ik heb toen nog een opleiding gevolgd op de school van Stork in Hengelo.”

Voetballen in de pauze
In die vijftig jaar veranderde er veel op autogebied. “Het leven was toen anders. Ik was net in Rijssen aan het werk, toen ik mee moest, de auto in. We hadden pauze en reden naar het Witte Veldje, de bal mee. Even voetballen. Ik moest in de goal. Zoiets kon toen.”

Luchtgekoelde motoren
Ook het monteursvak, zoals toen was, is niet te vergelijken met hoe het vak zich ontwikkeld heeft. “Vijftig jaar geleden had je de Volkswagen Kever, met luchtgekoelde motoren en de motor achterin. Zelfs de busjes hadden de motor achterin. De auto’s liepen alleen op benzine, diesel was er nog niet. De eerste diesels zaten in de Volkswagen Golf, de opvolger van de Kever.”

“In die jaren had een auto veel meer onderhoudsbeurten nodig. Doorsmeren, olie verversen. Dat gebeurde in smeerkelders.” Tectyleren deed hij ook: “Met tectyl spoot je de onderkant van de auto helemaal zwart; tectyleren deed je tegen roest.” Want roesten deden de auto’s toen. Verroeste remleidingen en uitlaten die vervangen moesten worden. “Die kom je nu niet meer tegen. De auto’s hebben nu een dikke laag coating aan de onderkant, die roesten bijna niet meer”, weet Op den Dries.

’s Winters op pad
“We gingen zelf ook veel op pad om klanten met autopech te helpen. Als je een strenge winter had, was je bijna altijd buiten: auto’s wilden niet starten, accu’s moesten opgeladen worden of vervangen. Ik had toen zelf ook een Kever, met een accu van zes volt. Die startte ’s winters ook niet. Dan zette ik em in de tweede versnelling, drukte de wagen aan tot de motor aansloeg en sprong erin.”

Als jonge automonteur begon hij te werken bij de Roba in Rijssen, vervolgens werkte hij bij de Roba in Nijverdal, was nog even terug op het beginadres en werkt sinds 1996 aan de Kalanderstraat. In 2005 werd de Roba overgenomen door Pouw.
Op den Dries ‘zit’ vanaf die overname in de bedrijfswagens. Het vak bleef veranderen. “De elektronica werd helemaal anders. Je hebt nu computers. Vroeger deed je als automonteur alle werkzaamheden, nu wordt het werk meer geselecteerd: de een doet dit, de ander dat. Die elektronica, die been je op een gegeven moment als oudere monteur niet meer bij.”

Nakijken, diagnose stellen
“Wat ik het liefst doe? Beurtjes: nakijken, diagnose stellen, repareren. Zodat de klant weer veilig de weg op kan.”

Hij werkt sinds vorig jaar juli vier dagen per week, via het Generatiepact en dat bevalt goed. “Ik ben nooit met tegenzin naar het werk gegaan. Het werk begint om kwart over acht. Ik fiets ’s morgens naar de Kalanderstraat en ben er om vijf voor acht. Dan drink ik eerst een kop koffie met de collega’s en dan gaan we aan de slag.”

Machtig mooi
Op z’n 65e met pensioen zit er niet in. Op den Dries werkt na zijn jubileum gewoon door. Met een knipoog: “Ik vind het hier zo machtig mooi.”