
Kapper Lukas had een diepe kloof in zijn voorhoofd
ColumnsIn 2008 kwamen Gerard Voortman en ik in contact met de kleurrijke zeeman-ondernemer Egbert Oosting. Hij had zijn wonderlijke winkel op de begane grond van het “Amerikaanse Fort” aan het Hogepad waar nu ijssalon Bonvanie zit en Kaaspakhuis Rijssen. Egbert Oosting had zijn pand eigenhandig gebouwd, vertelde hij ons. De bouwtekening was weliswaar goedgekeurd door een architect, maar het ontwerp was aan zijn eigen brein ontsproten. De eerste verdieping bewoonde hij zelf met zijn gezin en dan waren er nog appartementen die hij verhuurde.
Streng
Als huurbaas voerde hij een rechtvaardig maar streng regime. Wie niet betaalt, werd eruit subiet uitgezet. “Maar dat gaat toch zo maar niet?” vroegen we hem. “Want huurders genieten veel bescherming.” Daar had Egbert wat op gevonden. “Ik ben de baas over gas, water en elektra. De meters en hoofdkranen zitten in mijn appartement. Als iemand niet betaalt of zich misdraagt, sluit ik alles af. En dat lukt altijd. Het is voorgekomen dat een huurder het anderhalve week zonder alles heeft uitgehouden, maar toen was hij vertrokken.”
Kruisboog
De winkel van Egbert Frederik Oosting – heette daarom E.F.O. – was een wonderlijke onderneming. Je kon er dingen kopen die je nergens anders kon kopen of mócht kopen. Ooit op een 5 december liep ik tegen het eind van de middag wat paniekerig rond, want ik had nog geen echt cadeautje voor mijn zoon. Als laatste redmiddel ging ik bij EFO naar binnen. Dat had ik veel eerder moeten doen, want bij EFO slaag je altijd. Ook de aankoopbegeleiding was subliem. Hij legde een kruisboog met ijzeren pijlen op de toonbank en zei: “Dit is een mooi deenk vuur nen echen jonge. Mer at’e agressief is, mu’j ’t um nit doon.” En dat was nog maar één ding. Ik had een winkelwagen vol wonderbaarlijke spullen kunnen meenemen.
Pitralon
Egbert koesterde een grote voorliefde voor ongewone zaken. Dat maakte zijn winkel zeer uniek. Hij had ook gevoel voor mooie, oude dingen. Een nostalgisch mens. In zijn woonkamer stond het complete interieur van de kapperswinkel van zijn vader aan het Hogepad. Nagenoeg op dezelfde plek waar het vroeger stond, alleen nu een verdieping hoger. Ik heb er een foto gemaakt. Helaas met flits, want die weerkaatst hinderlijk in de kastdeur. Maar er blijft nog veel te zien over. Knip- en scheerspullen in de kastjes links en rechts van de spiegel. Als je goed kijkt scheerzeep van de Vergulde Hand en allerlei reukwaters. Onder de kastjes nog een kleine transistorradio. Nog een fles Pitralon aftershave. Egbert toonde ons een kostbare flacon met op het etiket in vader Lukas’ handschrift de namen van bekende klanten als de Teune en Kruutnbearnd. Zij hadden bij de kapper hun eigen geurwater.
Kogel
Kapper Lukas Oosting had aan het Hogepad zijn kapperszaak, woonhuis en een bescheiden tuin met onder andere duivenhokken, want hij was een duivenmelker. Die kavel is tot de laatste meter volgebouwd door Egbert met zijn Amerikaanse fort. Kapper Lukas had links in zijn voorhoofd een diepscherpe verticale kloof. Ik vond de aanblik spectaculair. Een overblijfsel van de bevrijding van Rijssen op 9 april 1945. Hij stond op het Schild te kijken naar de intocht van de Canadezen. Een verdwaalde kogel van een per ongeluk afgevuurd wapen trof hem in zijn voorhoofd. Op Erfgoed Rijssen-Holten kwam ik nog een foto tegen van Lukas bij de postduivenclub waarvan hij lid was. En inderdaad, de kloof is duidelijk te zien.
Oneens of onjuist: dannenberg@twenthetekst.nl











