De bus met aanhanger in Oost-Europa tijdens een hulptransport.
De bus met aanhanger in Oost-Europa tijdens een hulptransport. Eigen foto.

Stichting Oost-Europa wil dit jaar de bus vervangen

Algemeen

WIERDEN / ENTER / RIJSSEN - De bus van stichting Oost-Europa afdeling Enter-Rijssen-Wierden is aan vervanging toe. De stichting wil daarom een nieuwe of tweedehandse bus kopen voor het transport van hulpgoederen naar Hongarije en Roemenië. “We hopen daarom op een goede opbrengst tijdens de jaarlijkse collecte, Die is eind augustus. Daarnaast zijn donaties meer dan welkom”, zegt voorzitter Gerdien Boom van stichting Oost-Europa Wierden.

Al decennialang worden vanuit Wierden, Enter en Rijssen hulptransporten naar Hongarije, Roemenië en Oekraïne georganiseerd. Hulpbehoevenden uit deze landen achter het voormalige IJzeren Gordijn kunnen steevast op ondersteuning rekenen. Onder meer bedden, matrassen, kleding, incontinentiemateriaal, rollators en rolstoelen gaan naar Oost-Europa. De stichting heeft een bus met aanhanger, waarmee jaarlijks meerdere keren naar Roemenië en Hongarije wordt gereden. “Maar de bus is langzaam maar zeker aan vervanging toe. De kilometerteller staat op ruim 250.000 kilometer. De laatste jaren waren de onderhoudskosten hoog. Vorig jaar waren we daar in totaal tussen de 7.000 en 8.000 euro aan kwijt. Vrijwel de gehele opbrengst van de jaarlijkse collecte ging naar het onderhoud”, zegt Evert Wetering van stichting Oost-Europa afdeling Wierden. Met de bus worden jaarlijks vele duizenden kilometers gereden. “We rijden zeven of acht keer per jaar naar Hongarije en Roemenië. Een rit naar Brasov in Roemenië heen en terug is 4.400 kilometer. Ook gaan er hulpgoederen naar Oekraïne. Maar we gaan sinds het begin van de oorlog in 2022 niet meer Oekraïne in. De hulpgoederen worden nabij de grens van Hongarije met Oekraïne overgeladen op een vrachtwagen uit dat land.” 

Stichting Oost-Europa Enter-Rijssen-Wierden vindt het nu tijd voor een andere bus. De Renault Master uit 2019 zou nog wel wat jaren meekunnen, maar dan moet er veel geld voor jaarlijks onderhoud gereserveerd worden. De bestuursleden Herman Hennink, Dick Tukker, Karel Timmerman, Evert Wetering en voorzitter Gerdien Boom opteren daarom voor vervanging. Nieuw of tweedehands; dat is de vraag ditmaal. “Een nieuwe bus kost ongeveer 80.000 euro en een tweedehandse 40.000 euro. Uiteraard hebben we voor de vervanging geld gereserveerd in de afgelopen jaren. Maar we hopen ook op een goede opbrengst tijdens de collecte later dit jaar. De collecte is altijd de meest belangrijke inkomstenbron naast de donaties.” De stichting wordt dit jaar ook geconfronteerd met hogere transportkosten. De brandstofprijzen rijzen de pan uit door de spanningen in het Midden-Oosten. “Eind deze maand is weer een rit naar Oost-Europa van de vrijwilligers uit Enter en Rijssen. Dat is het tweede transport van dit jaar. Aan de pomp betalen we nu veel meer dan vorig jaar.” 

Stichting Oost-Europa wil de hulpbehoevenden in Hongarije, Roemenië en Oekraïne ook in deze tijd van stijgende kosten blijven steunen. Ritten uitstellen, is voor hen geen optie. “Het is een missie. Wij doen dit vrijwillig en betalen de overnachtingen zelf. Het verschil tussen het leven in Nederland en de armste gebieden in Roemenië en Hongarije is enorm. Daar kom je echt in een andere wereld. Op het platteland in Roemenië zien we nog steeds dat mensen zich verplaatsen met paard en wagen. Onze hulp is daar ontzettend welkom.” 

door Stefan Wegdam